We rijden langs Schuitema West. Het weer is grijs en de auto’s razen haastig voorbij terwijl wij met 120 doortuffen. Het gras aan de linkerkant is gemaaid – net hooi – terwijl het rechtergras nog mooi groen is. Voor ons haalt een auto een vrachtwagen in. Dan een tankstation. Het is een mooi tankstation met oranje werkvrachtwagens, want ze zijn iets aan het bouwen (of renoveren of iets anders belangrijks).
Paardjes in de wei. Vrachtwagens op de weg. De paarden die vroeger grote lastendiensten verichtten voor de boeren genieten van hun oude dag in de groenbelegde hemel terwijl de vrachtwagens op de snelweg tien meter verderop hun pensioen verpesten met stinkende dure diesel. Innovatie noemen ze dat. Innovatie, net als het ontwikkelen van nieuwe computersoftware of groenten die langer niet bederven. Ik weet niet wat ik liever bedorven zie: groenten of mijn binnenste.
Een grote Deense vrachtwagen rijdt langs. Blauw. Hemelblauw, Zweeds Ikeablauw. De nummerplaat is geel, Ikeageel. Waarschuwingsgeel. Zijn we scheel geworden voor het milieuproblemen? Maakt het ons gewoon niet meer uit? In Rusland is het luxe zo materialistisch te leven. Zou het in Rusland ook luxe zijn het milieu zo snel en zo hard mogelijk te verpesten? Maar hoe slecht het ook gesteld is met onze natuur, onze leefwijze, blauwe vrachtauto’s en de vergaste paarden in de wei, eigenlijk we willen niet anders. Een kapotte auto wordt voor ons gemak vijftig kilometer rondgereden met drie grote sleepwagens om gerepareerd te worden, in plaats van dat we het onderdeeltje naar de auto brengen. We willen de grote stinkfabrieken in Sint petersburg, Rotterdam en Minsk niet weg hebben, omdat we verslaafd zijn aan olie. We willen mooie foto’s maken van zo verrot uitziende naar stookolie stinkende fabrieken waar je hand van afvalt als je geen beschermende handschoenen draagt; de fabrieken die ons leven goed maken.
We willen met de auto op vakantie, omdat de trein niet goed genoeg is. Maar we willen vooral onze eigen weg gaan, zonder invloed van anderen. We rijden kriskras over de weg, omdat we enkel aan ons eigen zijn denken. We rijden met grote SUV’s langs de schaarse deels tot parkeerplaats geasfalteerde heide om te laten zien hoe oma en opa vroeger leefden, en we vergeten dat dat ‘vroeger’ vijftien jaar geleden nog realiteit was. Vooral willen we ook niet aan anderen denken; ons leven telt en de rest is egal. De kunnen immers zelf wel opkomen voor hun idealen, en zo zal het leven in evenwicht blijven. Iedereen mag denken wat hij wil, zolang het onszelf maar niet stoort tenminste.
Zij die geloven in ruimte voor elkaar, groeten u. Hun leven is voorbij en ze stierven een stille dood.